Werkvormen om de dialoog te bevorderen

 

Om tot dialoog te komen is het nodig dat dat deelnemers vrijuit en vanuit zichzelf met elkaar praten, dat ze elkaar laten uitspreken en dat er geluisterd wordt. Als één persoon spreekt, spreekt hij/zij vanuit zichzelf, de anderen luisteren met aandacht zonder de spreker te onderbreken, en proberen het eigen oordeel even te achterwege te laten.

Door in dialoog te gaan kunnen we ideeën naar boven laten komen, ze verzamelen en op elkaar laten inwerken. Hierdoor ontstaan nieuwe oplossingen, diepere inzichten en cocreatieve beslissingen.

Dialoog is duurzame communicatie: eerst vertraging in de communicatie, om daarna tot beter en dieper begrip te komen.

Er bestaan verschillende werkvormen die de dialoog bevorderen. We bespreken er twee:

 

Vijf regels voor een goede dialoog

De vijf regels van een dialoog worden toegelicht op basis van de vijf vingers van een hand.

 

In je duim zit goed luisteren (de duim steek je ook op wanneer je iets goed vindt)
In je wijsvinger steekt: niet te vlug je mening op tafel leggen, niet schieten op de ander (de wijsvinger wordt nogal eens gebruikt om te schuldigen en te wijzen)
Met de middenvinger wordt bedoeld: stel heel veel goede vragen (de middenvinger is daarom ook de langste vinger)
De ringvinger is de vinger van de verbinding: sta open en waardeer.
De pink ten slotte zegt: hou het kort en bondig al je iets zegt (de pink is niet voor niets de kleinste vinger)

 

De spreeksteen

Wanneer je een dialoog wil voeren waarbij iedereen op een evenwaardige manier aan bod kan komen, kan je gebruik maken van een spreeksteen  of spreekstok. Het werken met deze steen is gebaseerd op het ritueel van de “talking stick” die door Indiaanse stammen al eeuwen lang gebruikt wordt als een middel voor onpartijdig
verhoor. De stick duidt wie het recht heeft om te spreken.

Doel:

  • participatie aan het gesprek bevorderen
  • leren luisteren en elkaar laten uitspreken

 

Werkwijze

Zet de deelnemers aan het gesprek in een cirkel, met of zonder tafel, en leg een steen in het midden van de cirkel. Kondig het thema aan en formuleer de volgende principes:

  

  • Alleen diegene die de steen in handen heeft kan iets zeggen
  • Als je gedaan hebt met spreken kan je ofwel de steen terug in het midden leggen, of doorgeven aan iemand die je graag aan het woord zou horen
  • Als je iets wil zeggen kun je ofwel de steen in het midden van de cirkel oprapen of wachten tot je de steen van iemand anders ontvangt
  • Als je de steen krijgt, voel je uitgenodigd om te spreken, maar ook om te zwijgen, als dat voor jou beter voelt
  • Als je spreekt, wees dan de vuistregels voor verbindende communicatie indachtig
  • Terwijl iemand anders spreekt luister je met al je aandacht en respect vanuit het hart, naar wat die persoon te bieden heeft. Laat je persoonlijke agenda en verwachtingen dus zoveel mogelijk los. Hou je je zo min mogelijk bezig met het formuleren van een antwoord terwijl je luistert.
  • Zorg voor pauzes en / of stiltes tussenin. Graai niet allemaal tegelijk achter de steen. Heb er vertrouwen in dat alles wat moet gezegd worden ook wel aan bod zal komen. Gun jezelf (en de groep) een moment van stilte vooraleer je begint te spreken. Zodat wat net gezegd is echt kan thuiskomen bij jezelf en bij je gesprekspartners
  • Spreek je diepste weten en niet louter je eerste gedacht. Verduidelijk voor de groep waarom je zegt wat je zegt, wat je onderliggende motivatie is.
  • Heb plezier in dit proces. Richt je op leren en ontvangen, niet op resultaat. Misschien ontvang je wel iets mooier dan je had verwacht?

Ervaringen

Leerrijke werkvorm. Het is moeilijk om deze manier van dialogeren vol te houden, maar ook het besef dat dat zo moeilijk is leidt tot inzicht.